In deze gastblog vertelt Gudrun Bongaerts hoe zij jaren na het overlijden van haar zus eindelijk een gevoel van berusting kreeg.

Griekenland

Na het verschijnen van mijn boek ‘Merel en ik’ zijn Echtgenoot, Kroost en ik destijds op vakantie naar Griekenland gegaan. Naar het mooie, failliete Griekenland. Ik had drukke weken achter de rug. De boekvoorstelling stond voor mij symbool voor het beëindigen van een lange rouwperiode na het sterven van mijn zus Hilde op 36-jarige leeftijd aan borstkanker. Het laatste hoofdstuk  van mijn boek heet dan ook ‘De aanvaarding’. Op de cover kijk ik je aan met een in sepia getormenteerde blik die al dat verdriet zou verkopen. Op mijn website stroomden meteen de aanvragen voor auteurslezingen binnen.

Gudrun met familie in Griekenland

En net nà dat alles

deed ik de meest belangrijke ontdekking

daar in Griekenland

Gudrun in Griekenland schrijven aan zee En net nà dat alles deed ik de meest belangrijke ontdekking, daar in Griekenland. Ik heb niets opgegraven en afgebikt. Het was een ontdekking die geheel aan de oppervlakte lag. Op de tafels, open en bloot. Op groezelige toonbanken. Op de daken van gedeukte auto’s, op azuurblauwe zitbankjes. Op de schoenen. Op de bestofte afgetrappelde Griekse dansende schoenen. Ik zou geen sirtaki dansen met zulke schoenen. En al zeker niet als ze mijn weduwepensioentje van 300 euro per maand net met 100 euro gekort hadden. Maar zij dansten, visten, verkochten prullaria met een engelengeduld.

Wat ontdekte ik dan in Griekenland, nadàt mijn boek geschreven was? Hoe heet dat?

Berusting

Berusting. Dat was mijn ontdekking. Ik zag, ontdekte, onvervalste gelatenheid, berusting. Ironie, anarchie, relativisme, gerichtheid op het nu. Daar in Griekenland, Kreta was het. En ik dacht: “Hè, wat is dit? En wat is dit voor een vreemd gevoel?”

Zoals een potscherf vinden enkel iets te betekenen heeft als die potscherf beduidend afwijkt van andere potscherven – bijvoorbeeld omdat het een Minoïsche potscherf is – zo vond ik berusting. Het viel op door het verschil. Het verschil met thuis – België, Nederland – mijn achtergrond, achterban. En tenslotte, ja : daar dient reizen voor. Verschil zien.

Gudrun in Griekenland

 

Niet mijn eerste reis naar Griekenland

Dit was niet mijn eerste reis naar Griekenland. En bovendien niet het meest gelaten, berustende volk dat ik al mocht aanschouwen bovenop mijn comfortabele sandalen. Ik ben in sloppenwijken van Zuid- Afrika geweest, Vietnam, Indonesië, Gambia, Palestina… De meest schrijnende armoede heb ik eigenlijk gezien in de binnenstad van Aswan in Egypte. Maar het enige wat ik daar destijds in mijn verlicht controle- freakig hoofd kon bedenken is hoe ik daar uit zou komen, mocht ik zo in de miserie zitten.

Ik zou om te beginnen die geopenbaarde god eruit gooien

Hoe ik het zou regelen. Ik zou om te beginnen die geopenbaarde god eruit gooien, met z’n absurde regeltjes. En vervolgens die domme tijdverslindende TV. Ik zou zorgen dat ik dàt verkocht wat de toeristen willen hebben: zonnebrandmelk, muggenmelk, een uniek beeldje. Niet, begod, hetzelfde beeldje als mijn buurman en de rest van de kraamhouders van Aswan verkopen. Niet made in Taiwan. Iets origineels klieven, hakken, boetseren. En zorgen dat je klanten in de schàduw staan aan je toonbankje. Ik zou vriendjes worden met Artsen zonder grenzen – mijn hulp aanbieden. Netwerken, that ‘s the key. Want dàt zijn de bedenkingen die wij ons maken op reis, bij het zien van al die gelatenheid, die berusting. Overal kom je ze tegen: de hoofdschuddende Moderne Belgen en Nederlanders. En Verlichte Duitsers en Engelsen en Fransen.

Want… wij weten het zo goed.

Volle controle over ons leven.

Regelen, aanpakken, handelen, schoonmaken.

Investeren, anticiperen.

Oplossen.

Alles valt op te lossen. Aan de gang, vooruit.

Ledigheid is des duivels oorkussen.

 

Los- laten. Gelatenheid… Berusting. Ik heb er voor het eerst echt naar gekeken, die zomer in Griekenland. Bij de receptie van ons hotel kon je zwembadhanddoeken lenen, waarvoor je een waarborg moest betalen. We kregen daarvoor een ontvangstbewijs. Toen ik na een week slechts met drie handdoeken verscheen, in plaats van met vier, kreeg ik toch mijn volledige waarborg terug.

“Don ’t worry,” zei de man, “shit happens. We don’t count our shit.” (vrij vertaald: ellende gebeurt. Wij tellen die niet op- rekenen die niet af)

Zeggen dat ik al wat shit geteld heb in mijn leven. Gehele inventarissen. En er me zorgen over gemaakt. Het boek ‘Merel en ik’ is juist tot stand gekomen door te willen afrekenen. Grip op de chaos te willen krijgen. Het verlies binnen een groter kader te willen plaatsen, het te willen inbedden in betekenis. Het gecompenseerd te willen zien. Als 5 euro voor de verloren handdoek.

Tot voorbij het punt

www.gudrunbongaerts.be

In het laatste hoofdstuk van ‘Merel en ik’, ‘De Aanvaarding’, schrijf ik:

Ik heb me niet snel laten gaan in het verlies.
Van mijn zusje (…). Ik heb ertegen gevochten, tot voorbij het punt van uitputting.’

Want dat is wat wij doen, jij en ik hier doen: ons niet laten gaan. Vechten tot voorbij het punt van uitputting.

Hartelijke groet,

Gudrun